DE FLITSEN

 

 

VIJFDE SUBTILITEIT

 

Tijdens de bespreking van de vorige subtiliteit kwam het onderwerp van de hop (hudhud) van Suleymān (as) ter sprake. Hierop stelde een volhardende en vragende broeder, Refet, de volgende vraag:

 

Waarom beschrijft de hop Allah op zo’n belangrijke plaats — tussen zulke belangrijke goddelijke eigenschappen — met een relatief lichte eigenschap, met de woorden:

يَخْرُجُ الْخَبْءَ فِى السَّمٰوَاتِ وَاْلاَرَضِ

 

Antwoord: een van de kenmerken van welsprekendheid is dat zij iets laat voelen van het vak of het ambacht waarmee de spreker het meest vertrouwd is. De hudhud van Suleymān (as) was, net als de bedoeïense kenners die in de waterarme woestijnen van het Arabische schiereiland met scherp inzicht verborgen waterbronnen ontdekten, een kenner onder de dieren en vogels. Hij was een gezegende en met een taak belaste vogel die als bediende van Suleymān (as) optrad en waterplaatsen wist te vinden en te laten opgraven. Daarom begrijpt en verwoordt hij, met de maatstaf van zijn eigen kleine kunst, dat Allah door het naar buiten brengen van wat verborgen is in de hemelen en op de aarde bewijst dat Hij de ware Aanbedene is en Degene voor Wie men zich neerwerpt.

 

Inderdaad heeft de hudhud dit zeer goed begrepen. Volgens de aard der dingen kunnen de ontelbare zaden, pitten en mineralen die onder de aarde verborgen liggen immers niet vanzelf van beneden naar boven komen. Zware lichamen hebben geen wil en geen ziel; zij kunnen niet uit zichzelf omhoog komen, maar vallen alleen van boven naar beneden. Een lichaam dat onder de zware druk van de aarde verborgen ligt, kan onmogelijk uit zichzelf die last afschudden en naar boven komen. Daarom kan het alleen door een buitengewone macht naar boven worden gebracht.

 

Zo heeft de hudhud, met zijn eigen inzicht, een van de meest verborgen en belangrijke bewijzen van de aanbiddingswaardigheid van Allah ontdekt en begrepen. Daarom heeft de Wijze Koran de woorden van de hudhud wonderbaarlijke betekenis gegeven.