DE BRIEVEN
De Tweeëntwintigste Brief
DE TWEEËNTWINTIGSTE BRIEF
Deze brief bestaat uit twee hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk nodigt de gelovigen uit tot broederschap en liefde.
بِاسْمِهِIn de naam van Degene!
وَ اِنْ مِنْ شَىْءٍ اِلَّا يُسَبِّحُ بِحَمْدِهٖ“En er is niets dat Hem niet verheerlijkt met de lof die Hem toekomt.” – De Koran 17:44
Het eerste hoofdstuk
بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖيمِIn de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
اِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ اِخْوَةٌ فَاَصْلِحُوا بَيْنَ اَخَوَيْكُمْDe gelovigen zijn elkaars broeders. Sticht daarom vrede tussen jullie broeders. – De Koran 49:10
اِدْفَعْ بِالَّتٖى هِىَ اَحْسَنُ فَاِذَا الَّذٖى بَيْنَكَ وَبَيْنَهُ عَدَاوَةٌ كَاَنَّهُ وَلِىٌّ حَمٖيمٌDrijf [de boosaardige daad] terug met een daad die beter is, dan zal hij, tussen wie en julliezelf er vijandigheid bestond, als het ware een trouwe vriend worden. – De Koran 41:34
وَالْكَاظِمٖينَ الْغَيْظَ وَالْعَافٖينَ عَنِ النَّاسِ وَاللّٰهُ يُحِبُّ الْمُحْسِنٖينَDegenen die in voorspoed en in tegenspoed [bijdragen] geven en degenen die hun woede bedwingen en medemensen vergeven. Allah heeft degenen lief die goed doen. – De Koran 3:134
Partijdigheid, koppigheid en afgunst die tweedracht, verdeeldheid, haat en vijandschap onder de gelovigen teweegbrengen, worden als afschuwelijk, verwerpelijk, schadelijk en onrechtvaardig gezien vanuit het oogpunt van de waarheid, de wijsheid, de Islam –die mensen naar het hoogste niveau van menselijkheid leidt– en vanuit het oogpunt van het individuele, sociale en spirituele leven. Deze eigenschappen vormen eveneens een gif voor het menselijke leven. Van de vele aspecten zullen we nu de hierboven genoemde zes aspecten duidelijk maken.
Het eerste aspect
Het is onrechtvaardig vanuit het oogpunt van de waarheid.
O jij onredelijke en onrechtvaardige mens die haat en vijandschap koestert jegens een gelovige! Laten we aannemen dat jij je samen met negen onschuldigen en één misdadiger op een schip of in een huis bevindt. Wanneer nu één man dit schip tot zinken probeert te brengen of dit huis in brand probeert te steken, dan weet jij hoe onrechtvaardig dat zal zijn! Vanwege dit onrecht zal je dusdanig uitschreeuwen dat je dit de hemelen ten gehore zal brengen. Zelfs als er maar één onschuldige en negen misdadigers zijn, zal het tegen elke rechtsvorm en wet dan ook indruisen om dat schip te laten zinken of dat huis in brand te laten steken.
Evenzo is een gelovige als een schip of huis dat door Allah wordt voorzien waarin zich niet alleen negen, maar misschien wel twintig onschuldige kenmerken bevinden zoals de īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking)., de Islam en een goede instelling ten opzichte van de buren. Zou het dan niet genadeloos en afschuwelijk zijn als je, vanwege één eigenschap die je niet bevalt en schade toebrengt, haat en vijandschap koestert jegens een gelovige? Zou het niet betekenen dat je het wezen van dat spirituele huis in overdrachtelijke zin verbrandt en vernietigt, dat spirituele schip verwoest en tot zinken brengt?