DE FLITSEN

 

 

SLOT

 

Vandaag ontving ik een brief van Refet Bey. Naar aanleiding van zijn vraag over de gezegende baardharen van de Profeet (saw) (Lihye-i Sherīf) zeg ik het volgende:

 

Op grond van overleveringen staat vast dat het aantal haren dat uit de gezegende baard van de Eerbiedwaardige Boodschapper (saw) is uitgevallen, beperkt was — misschien dertig of veertig, of vijftig of zestig. Toch bevinden zich op duizenden plaatsen haren die als afkomstig van zijn gezegende baard worden beschouwd. Dit heeft mij eens sterk beziggehouden.

 

Toen kwam bij mij de gedachte op dat de Lihye-i Sherīf niet uitsluitend bestaat uit de haren van zijn baard.

 

Telkens wanneer het gezegende hoofd van de Profeet werd geschoren, hebben de sahāba (metgezellen), die niets van hem verloren wilden laten gaan, die lichtvolle en gezegende haren zorgvuldig bewaard. Dat waren er duizenden; zij kunnen overeenkomen met het aantal dat nu aanwezig is.

 

Later vroeg ik mij af:

 

Is voor elk haar dat zich in een moskee bevindt met een betrouwbare overleveringsketen vastgesteld dat het werkelijk een haar van de Boodschapper (saw) is, zodat het bezoeken ervan terecht kan worden geacht?

 

Toen kwam plotseling bij mij de gedachte op dat het bezoeken van die haren een middel is om zegeningen (salawāt) over de Edele Boodschapper (saw) uit te spreken en een bron van eerbied en liefde vormt.

 

Bij een middel gaat het niet om wat het op zichzelf is, maar om de functie die het vervult. Daarom is het niet noodzakelijk om met absolute zekerheid vast te stellen dat een haar werkelijk afkomstig is van de Gezegende Baard, zolang het als zodanig wordt beschouwd en die functie vervult — namelijk het wekken van eerbied, toewijding en het uitspreken van salawāt. Het is voldoende dat er geen doorslaggevend bewijs is dat het tegendeel aantoont. Immers, de algemene aanvaarding door de oemma heeft op zichzelf de kracht van een bewijs.

 

Hoewel sommige vrome mensen in zulke kwesties — uit vroomheid, voorzichtigheid of vanuit een streven naar het hoogste religieuze ideaal — bezwaren kunnen uiten, is hun bezwaar persoonlijk. Zelfs als zij het een bidʿa zouden noemen, valt het onder de categorie van een goede bidʿa (bidʿa-i hasana), omdat het een middel is tot het uitspreken van salawāt.

 

In zijn brief schrijft Refet Bey: “Deze kwestie is onder de broeders onderwerp van discussie geworden.”

 

Ik raad mijn broeders aan zich niet in discussies te mengen die tot verdeeldheid of breuk kunnen leiden. Laat hun onderlinge gesprekken beperkt blijven tot een rustige uitwisseling van gedachten, zonder twist of polemiek.