DE BRIEVEN

De Vijftiende Brief

Jouw vierde vraag

Nadat Isa (as) aan het einde der tijden de Dajjal heeft gedood, zullen de meeste mensen tot het ware geloof toetreden. Maar in sommige overleveringen wordt gezegd: “Zolang op de aarde nog mensen bevinden die Allah aanroepen, zal het einde van de wereld niet plaatsvinden.” Hoe kan het dan dat al deze mensen, nadat zij tot het geloof zijn gekomen, als geheel weer in ongeloof vervallen?

Het antwoord: de betrouwbare overlevering dat Isa (as) zal komen, volgens de Islamitische Sharia zal handelen en de Dajjal zal doden, wordt door hen wiens īmān[1] zwak is ongeloofwaardig gevonden. Maar, wanneer de waarheid achter deze overlevering wordt uitgelegd, blijft er geen ruimte meer over om haar onwaarschijnlijk te achten. Het is als volgt:

De uitleg van deze overlevering en de overleveringen over de Sufyān en de Mehdī houdt in dat aan het einde der tijden twee stromingen van ongeloof grote kracht zullen krijgen.

De eerste stroming: er zal een verschrikkelijke persoon verschijnen met de benaming Sufyān die middels huichelarij de profeetschap van Muhammed (saw) zal ontkennen. Hij zal de leider worden van de hypocrieten en zal streven naar de vernietiging van de Sharia. Als tegenwicht tegen hem zal een groot persoon verschijnen genaamd Muhammed Mehdī uit de nakomelingen van de Profeet (saw). Hij zal het hoofd worden van de ewliyā’s, die verbonden zijn met de familielijn van de Profeet (saw), en hij zal de stroming van huichelaars – de collectieve spirituele persoonlijkheid kracht van Sufyān – vernietigen en verstrooien.

De tweede stroming: er zal een stroming, evenals de wreedheid van Nimrod, voortkomen uit de naturalistische en materialistische filosofie. In de loop van het einde der tijden zal zij zich verspreiden en, door middel van die materialistische filosofie, grote kracht verkrijgen en uitlopen op het loochenen van Allah.

Bijvoorbeeld, een barbaar die de sultan niet erkent en zijn officieren en manschappen in het leger niet als soldaten van de sultan beschouwt, zal elke individuele soldaat als een soort sultan en heerser op zichzelf zien. Zo zullen ook de aanhangers van deze stroming – die Allah verloochenen – ieder hun eigen nefs, dat als een kleine Nimrod fungeert, een zelfstandige heerschappij toekennen. En de grootste onder hen, de Dajjāl, zal verschijnen om hen te leiden. Hij zal buitengewone handelingen verrichten, die hun oorsprong vinden in spiritisme en hypnose. Hij zal zó ver gaan dat hij zijn tirannieke heerschappij als een soort goddelijke heerschappij zal voorstellen en zijn eigen goddelijkheid zal verkondigen. Inderdaad, het is overduidelijk wat voor een dwaze zotternij het is dat een machteloos persoon goddelijkheid voor zichzelf opeist, terwijl hij niet eens van een vlieg kan winnen en niet eens de vleugels van een vlieg kan maken.