DE BRIEVEN
De Zestiende Brief
Waarlijk, zij staan mij nu niet eens toe om voor de drie broeders, die hier mijn geloofsbroeders zijn en met mij samen een vaste gemeenschap vormen, als imam voor te gaan, opdat mij de beloning van het gezamenlijk verrichte gebed wordt ontnomen. Zelfs wanneer iemand – tegen mijn eigen wil in – mij met een goed woord prijst, wordt de ambtenaar die over mij moet waken, vervuld van jaloerse woede. Hij grijpt dan op een gewetenloze manier die situatie aan om maatregelen te nemen met als doel mijn invloed te breken, en valt hij mij lastig om beter aangeschreven te staan bij zijn superieuren.
Tot wie anders kan nu een man in mijn situatie zich wenden anders dan de Rechtvaardige Heer? Wanneer de rechter tegelijk ook de aanklager is, bij wie kan men dan nog zijn klacht neerleggen? Zeg mij nu wat er nog valt te zeggen in zo’n geval? Wat jij ook zegt, houd ik je voor ogen dat zich onder mijn vrienden vele huichelaars bevinden. Een huichelaar is schadelijker dan een ongelovige. Daarom bezorgen zij mij kwellingen waartoe zelfs de Russen niet in staat zijn gebleken.
O jullie dwaze mensen! Wat heb ik jullie aangedaan? Ik bewijs jullie een dienst ter redding van jullie īmānHet geloven in de zes pilaren van het geloof (het bestaan en de eenheid van Allah, de hemelse geschriften, de profeten, de engelen, het hiernamaals en de goddelijke lotsbeschikking). en ter wille van jullie eeuwige gelukzaligheid. Omdat mijn dienst blijkbaar niet volledig zuiver en oprecht was, en ik haar niet uitsluitend omwille van Allah heb verricht, is het nu omgekeerd uitgewerkt. Als tegenprestatie kwellen jullie mij nu bij elke gelegenheid. Op de Dag des Oordeels zal ik met jullie voor de Rechter verschijnen.
حَسْبُنَا اللّٰهُ وَنِعْمَ الْوَكٖيلُAllah is voor ons toereikend en Hij is de beste Beschermer. – De Koran 3:173
نِعْمَ الْمَوْلٰى وَنِعْمَ النَّص۪يرُWat een uitstekende Beschermer is Hij, wat een uitstekende Helper! – De Koran 22:78
اَلْبَاقِى هُوَ الْبَاقِىDe Eeuwige, Hij is de Eeuwige
Said Nursi