DE BRIEVEN

De Zestiende Brief

Als ik daarentegen vóór de oppositie zou kiezen, dan zou ik dat óf met ideeën en woorden doen, óf met macht. Als het met ideeën en woorden is, heeft men mij niet nodig, want de kwesties zijn duidelijk; iedereen kent ze net zo goed als ik. Zinloos spreken is doelloos. Maar, als ik met macht en onrust oppositie zou willen voeren, dan zou de mogelijkheid bestaan om duizenden zonden te begaan voor een doel waarvan het bereiken onzeker is. Omwille van één persoon zouden dan velen in teistering worden gebracht.

Aangezien mijn geweten – zelfs al is het maar in één of twee gevallen van de tien – het weigert om een zonde te begaan en onschuldigen mee te sleuren in die zonde, heeft de Oude Said het opgegeven om te roken, kranten te lezen, politiek te bedrijven en gesprekken over wereldse politiek te voeren. Een duidelijk bewijs hiervoor is dat ik de afgelopen acht jaar geen enkele krant meer gelezen of beluisterd heb, terwijl de Oude Said acht jaar geleden dagelijks ongeveer acht kranten las. Als iemand beweert dat dit niet waar is, laat hem dan naar voren treden!

Bovendien wordt mijn toestand al vijf jaar lang met grote opmerkzaamheid gevolgd en onderzocht. Als iemand ooit bij mij een woord heeft gehoord dat neigde naar politieke propaganda of politieke bemoeienis, laat hem dat dan zeggen! Want, iemand die van aard driftig is als ik en volgens het principe

​​اِنَّمَا الْح۪يلَةُ ف۪ى تَرْكِ الْحِيَلِ

het grootste bedrog in het opgeven van het bedrog vindt, kan zijn ideeën geen acht jaar lang, zelfs nog geen acht dagen verbergen. Als ik ook maar de geringste neiging of wens had gekoesterd om mij met politiek bezig te houden, dan zou ik dat als een kanonschot hebben doen weerklinken, zónder dat er onderzoeken en speurtochten van jullie nodig zouden zijn geweest.

 

Het tweede punt

Waarom stelt de Nieuwe Said zich zo streng terughoudend op tegenover de politiek?

Het antwoord: hij vermijdt de politiek strikt om zijn inspanning voor het eeuwige leven – dat langer dan miljarden jaren voortduurt – en zijn dienst aan de Koran en īmān – die de belangrijkste, noodzakelijkste, zuiverste en waarachtigste vorm van dienstbaarheid is – niet te verliezen door een overbodige en onzinnige bemoeienis van een één of twee jaar met het onzekere wereldse leven aan te gaan.